Vastgoed Menu


Geavanceerd Zoeken
Home Algemene Info Vaktermen

Minuut = origineel van de akte (formaatzegel), die bewaard blijft bij de notaris

 

Brevet = akte, die slechts éénmaal moet dienen (vb. volmacht) en daarvoor een speciale zegel draagt

 

Afschrift = officiële kopie van de akte, met handtekening en zegel van de notaris

Repertorium = boek met korte inhoud van elke akte van de notaris, chronologisch geschreven, dag na dag.

 

ne varietur” = “voor onveranderlijk”; wanneer een document aan een akte gehecht blijft (vb. metingsplan) wordt het door alle partijen en de notaris(sen) getekend, zodat het nadien niet meer kan veranderen

 

oorsprong van eigendom = de akte bevat de geschiedenis van het verkochte goed (meestal 30 jaar achteruit)

 

ab intestat” = sterven zonder testament te hebben opgemaakt

 

vruchtgebruik = het erfrecht dat de macht geeft intresten en gebruik te krijgen van het geërfde goed (meestal weduwnaar/weduwe)

 

blote eigendom = eigendom van een goed, zonder het vruchtgebruik (meestal kinderen)

 

volle eigendom = som van vruchtgebruik en blote eigendom = volledige eigendom zonder beperkingen

 

prijsbewimpeling = wanneer partijen niet de overeengekomen verkoopprijs in de akte laten opnemen; gevolg : wanneer de fiscus dit ontdekt moeten beide partijen boete betalen, gelijk aan de ontdoken taksen (ook ‘prijsverzwijging’ genoemd)

 

tekortschatting = wanneer de fiscus meent dat de verkoopprijs lager ligt dan de marktwaarde (hetgeen de fiscus moet bewijzen aan de hand van vergelijkingspunten), kunnen bijkomende registratierechten en boeten worden geëist van de koper gedurende 2 jaar na de akte; de koper zich daartegen verdedigen (foto’s, facturen enz.)

 

hypotheek = voorrecht voor een bank of schuldeiser op het verkochte goed (ingeschreven in het hypotheekkantoor)

 

gemene muur = muur die 2 eigendommen scheidt (op de perceelgrens)

 

erfdienstbaarheid = zakelijk recht in voor- of nadeel van het verkochte goed, ten bate van een ander eigendom of eigenaar (vb. gezamenlijke septische put, uitweg)

 

voorkooprecht = wettelijk of conventioneel recht voor een persoon (pachter of huurder) of overheidsinstelling (VHM, VLM, stad…) om bij voorrang eerst het verkochte goed aan te kopen

 

compromis = geschreven voorakkoord tussen verkoper en koper omtrent het verkochte goed, met bepaling van koopprijs en andere verkoopsvoorwaarden

 

kadastrale legger = fiche van het Kadaster (Ministerie van Financiën) met de gegevens van het verkochte goed volgens een officiële nummering

 

kadastraal inkomen of K.I. = fictieve huurwaarde-index van een onroerend goed, bepaald door het Ministerie van Financiën, waarop de onroerende voorheffing wordt berekend (zie verder)

 

statuten = basisteksten betreffende een vennootschap of een onroerend goed in mede-eigendom (appartementsgebouw, verkaveling …), waarin elkaars rechten en verplichtingen zijn opgesomd

 

eigendomstitel = het bewijs van eigendom van een onroerend goed (afschrift van de koopakte van de eigenaar)

 

genot = opbrengst van een eigendom (huur)

 

vrij gebruik = volledige beschikking over een onroerend goed (sleutels …)

 

onroerende voorheffing = jaarlijkse taks op het bezit van een onroerend goed, berekend op het kadastraal inkomen (zie boven)

 

pro rata temporis = verrekening van een taks of kost volgens de verlopen tijd

 

syndicus = beheerder van een appartementsgebouw, benoemd door de algemene vergadering van mede-eigenaars

 

reservefonds = reserve, aangelegd door mede-eigenaars van een onroerend goed om op later tijdstip bepaalde kosten aan het goed te bekostigen

 

ambtshalve inschrijving = wanneer een koopprijs niet volledig betaald wordt bij het verlijden van de verkoopakte kan in voordeel van de onbetaald gebleven verkoper een hypotheek genomen worden op het onroerend goed, teneinde de rechten van de verkoper te waarborgen bij latere doorverkoop

 

abattement = vrijstelling van registratierechten (aan tarief 10 of 5%) op de eerste 12.500€ van de koopprijs (onder bepaalde voorwaarden) (enkel Vlaanderen)

 

meeneembare rechten (of het zgn. ‘rugzakje’) = recuperatie van destijds betaalde registratierechten in Vlaanderen (onder welbepaalde voorwaarden

 

postinterventiedossier = veiligheidsdossier, aangelegd door een veiligheidscoördinator (bij bouwwerken na 1/5/2001)

 

collectieve schuldenregeling = wie zijn schuldenlast nog moeilijk kan dragen, kan een schuldbemiddelaar vragen aan de Beslagrechter; dit beperkt evenwel de vrije beschikking van een eigenaar van een onroerend goed